RODEN – In alle vroegte door het centrum van Roden struinen biedt doorgaans weinig vertier. Behalve in die ene week in september, als de Rodermarkt op het programma staat. Zo ook deze ochtend, als de paardenmarkt om 06.00 uur van start gaat.
Was de Rodermarktdinsdag vorig jaar nog kletsnat, ditmaal zijn de weersomstandigheden prima. Voor zonsopgang worden de eerste deals al gesloten.
“Ik had rekening gehouden met drukte en reuring, maar het is juist een heel gemoedelijk gebeuren”, constateert verslaggever Aaldert Oosterhuis als hij zich rond 08.00 uur een weg baant tussen de paarden, handelaren en het publiek dat zich dan al op straat begeeft. Ondertussen wordt er onderhandeld – het blijft tenslotte een paardenmarkt – en gaat het bier al druk over de toog. Het is de Rodermarkt ten voeten uit.
‘Dat blijf ik apart vinden’
De gemoedelijkheid die Oosterhuis constateerde ziet ook marktmeester Albertus Lieffering, die tevreden om zich heen kijkt: “Die gemoedelijkheid hangt hier gewoon in de lucht, het is Roden-eigen”, vindt hij. “Die sfeer is elk jaar heel apart, daar kun je geen verklaring voor geven. Maar,” benadrukt hij, “de sfeer is de hele week al geweldig, vanaf het moment dat de Rodermarkt vrijdag gestart is. Zaterdag was geweldig en zondag was het ook geweldig.”
Als Lieffering gevraagd wordt naar de aanvoer van het aantal paarden, spreekt zijn grijns boekdelen. “Die cijfers zijn altijd heel belangrijk voor kranten, televisie en radio hè? Dat blijf ik apart vinden. Het gaat mij er nooit om hoeveel paarden er zijn, maar of de markt een beetje gezellig is”, zegt hij lachend. Toch krijgt Oosterhuis het antwoord waar hij naar zocht.
“In eerste instantie was het even rondbellen hoeveel paarden zo her en der zouden komen, maar we zitten op tweehonderd-plus. En dan denk ik: hoe is het weer mogelijk?”, aldus een ietwat verbaasde marktmeester. Het zijn getallen waar hij helemaal mee in zijn nopjes is. “Het blijft een kwestie van vraag en aanbod. Als de vraag er is, krijg je automatisch ook wel aanbod. Mensen zoeken elkaar toch wel weer op en – niet onbelangrijk – er vallen wat centjes te verdienen. En de markt heeft ook een functie hè”, stelt hij.